Ringslang 214


Huisbiografie · voorbeeldboek
Het complete boek over één adres, precies zoals een klant het in de leeskamer leest.
Het onderzoek, de bronnen en de vondsten in dit boek zijn echt en te controleren. Verzonnen is het huisnummer: Ringslang 214 bestaat niet. Het echte huis wordt bewoond, en een voorbeeld op een openbare website wijst niet naar iemands voordeur. Om dezelfde reden zijn de postcode en de nummers uit de basisregistraties weggelaten, en de coördinaten afgerond. De kaart van nu, die het huis in rood aanwijst, staat niet in dit voorbeeld. Ook de gevel op de kaft is verzonnen: een tekening van een rijtjeshuis uit die jaren, niet van dit huis. Verzonnen is perceel O 9999: een perceelnummer opent in het kadaster de eigenaar en de koopsom, en dat hoort niet op een openbare website. Alles wat je hier leest gaat over de plek, het gebouw en de straat.
Ringslang 214
Dit boek gaat over Ringslang 214, Amstelveen: over het huis, de grond eronder, de straat en Amstelveen eromheen. Een huis vertelt zelden alles zelf. Wie wil weten waarom het hier staat, kijkt ook naar de buren, de kaart en de krant.
Alles wat je leest komt uit bronnen die voor iedereen openstaan: kranten uit de krantenbank Delpher van de Koninklijke Bibliotheek, kaartbladen van het Kadaster vanaf 1815, de landelijke adres- en gebouwenregisters en archieven, beeldbanken en websites over de plaats. Onder elk hoofdstuk staat waar het vandaan komt, zodat je het zelf kunt nalopen; de volledige lijst staat achterin.
Wat niet vaststaat, heet in de tekst een vermoeden. Wat dit boek niet weet, staat achterin bij elkaar, met waar je verder kunt zoeken.
Twee dingen blijven er bewust buiten. Namen staan er alleen waar iemand ze zelf openbaar maakte — een zaak die adverteert, een bekendmaking van de gemeente. Familieberichten, registers, kinderen en slachtoffers blijven eruit, en over wie er nu woont staat er niets. Een tekening is een illustratie, nooit een reconstructie van wat werkelijk gebeurde.
Van dit boek is één exemplaar gedrukt.
2Ringslang 214 is een jong huis. Het staat in Bovenkerk, aan de zuidwestkant van Amstelveen, in een buurtje dat pas in 2008 klaar was en waar de straten namen van dieren dragen: naast de Ringslang liggen de Salamander, de Rietzanger, de Waterhoen, de Kuifeend en de Fuut. Een paar honderd meter verderop lopen de oude wegen die dit hoekje van de gemeente al eeuwen omlijsten: de Legmeerdijk, de Noorddammerweg en het Schinkeldijkje. Wie hier de deur uitstapt, ziet nieuwbouw. Maar wie de grond onder de stoep zou kunnen openklappen, zou een verhaal van vier lagen vinden.
De onderste laag is veen, of wat ervan over is. Daarboven ligt een laag water, want tot in de jaren zeventig van de negentiende eeuw was deze plek de bodem van het Legmeer, een grote veenplas die door turfwinning was ontstaan. Daar bovenop kwam in 1877 de polder: klei, akkers, later kwekerijen en kassen, met een spoorlijntje en een halte om de hoek. En helemaal bovenaan ligt de laag van nu, de woonbuurt Bovenkerk-Zuid, gebouwd tussen 2006 en 2008 op de plek van een manege en het oude spoortracé.
Dit boek volgt die lagen van onder naar boven. Het vertelt hoe een meertje uitgroeide tot een plas die Amsterdam bedreigde, hoe twee mannen uit Nieuwer-Amstel en Sliedrecht er ‘tonnen gouds’ voor bijeen kregen om dat water weg te pompen, hoe er treinen langs het nieuwe land reden en tuinders er kassen bouwden, en hoe Amstelveen ten slotte besloot dat de polder vol moest met huizen. Het eindigt bij een gewone voordeur in een stille
straat. Alles wat hier staat komt uit kranten, kaarten en registers; wat het boek niet weet, staat achterin bij elkaar.
Bronnen: Kadaster / PDOK; PDOK / Kadaster; Amstelveenweb.com; ONH.nl (Jan Maarten Pekelharing); Gemeente Amstelveen (via Planviewer); Wikipedia.
Om te begrijpen waarom hier ooit water lag, moet je beginnen bij het veen. Het land tussen Amstelveen, Aalsmeer en Uithoorn was in de middeleeuwen een moeras van veen: dode planten die in eeuwen van natte grond nooit helemaal waren vergaan en zich hadden opgestapeld tot een dikke, sponzige laag. Rond het jaar 1000 liepen er kleine veenstroompjes doorheen die het water naar de Amstel afvoerden. Eén daarvan werd het Legmeer, van oorsprong, zoals een streekhistoricus het beschrijft, ‘een betrekkelijk smal langgerekt meertje in een uitgestrekt veengebied’.
Veen is brandstof. Gedroogd heet het turf, en turf was in de groeiende steden van Holland wat kolen en gas later zouden worden: de warmte in de kachel en het vuur onder de brouwketel. Vanaf de vijftiende eeuw werd rond Bovenkerk daarom op grote schaal turf gewonnen. Eerst groeven de veenarbeiders het veen af tot aan het grondwater. Toen dat op was, gingen ze dieper: met een baggerbeugel, een lange stok met een net eraan, schepten ze de veenmodder vanuit een bootje onder het water vandaan en legden die te drogen op smalle stroken land, de legakkers. Het gebaggerde veen ging als turf de schoorsteen in; de plas die achterbleef, bleef.
Zo at het meer zichzelf groot. Elke legakker die door de golven werd weggeslagen, maakte de plas weer wat breder, en omdat de veenbodem door ontwatering en oxidatie ook nog eens daalde, kwam het water steeds hoger te staan ten opzichte van het land eromheen. Het Legmeer, ooit een smal meertje, ‘dijde uit tot een groot plassengebied’. De Legmeerplassen strekten zich op hun grootst uit van Amstelveen tot voorbij Kudelstaart, en wie er nu omheen wandelt over de oude dijken heeft een tocht van wel dertig kilometer voor de boeg.
De plek van Ringslang 214 lag midden in dat water, dicht bij de noordoever. Op de oudste kaartbladen in dit boek, van rond 1815 en 1850, ligt het huis

in de golfjes waarmee de tekenaar open water aangaf. Aan de noordkant was het meer afgesloten door een dam: de Noorddam, die vroeger ook wel de Schinkel heette. Die dam is verdwenen, later vervangen door een brug, maar hij leeft voort in twee straatnamen die je nog elke dag tegenkomt: de Noorddammerlaan en de Noorddammerweg. Op de hoek waar de dam lag, staat nu de Sint Urbanuskerk.
1815Aan de westkant van het meer lag een dijk die er nog altijd ligt: de Legmeerdijk. Hij is ontstaan tijdens de grote ontginning van het veen rond het jaar 1100. Later werd het een belangrijke postweg van Amsterdam naar Leiden; ter hoogte van de huidige J.C. van Hattumweg werden de paarden van de postkoets gewisseld. Wie in de achttiende eeuw over die dijk reed, keek links over het Legmeer en rechts over de Oosteinderpoel, water aan
beide kanten. Tegenwoordig is de dijk verbreed tot de provinciale weg N231, en is hij de westelijke rand van de buurt waar Ringslang 214 in ligt.
Bovenkerk zelf is ouder dan het meer groot was. De naam wordt vanaf de vijftiende eeuw genoemd. Het dorp bestond lang uit twee gehuchten die pas later samen Bovenkerk gingen heten: aan de oostkant van de dam de Hand naar Leiden, genoemd naar een handwijzer die reizigers de weg naar Leiden wees, en ten zuiden van de dam het buurtschap Legmeer, dat zijn naam simpelweg aan de plas ontleende. De Handweg herinnert nog aan die wegwijzer. Wie tegenwoordig op de Ringslang woont, woont dus ongeveer waar het buurtschap Legmeer tegen het water aankeek.
Zo’n plas was niet alleen een bron van turf en vis, hij was ook een gevaar. Bij een zware zuidwesterstorm sloegen de golven van het Haarlemmermeer over de dijk het Legmeer in, en het kerkpad tussen Kudelstaart en De Kwakel, dat het water in tweeën had gedeeld, was door de golven weggeslagen. Dat pad was in 1836 al eens verspoeld en brak in 1866 opnieuw door. Bestuurders in Den Haag en Haarlem zagen het somber in: als de dijken het ooit zouden begeven, zou een watermassa uit twee meren tegelijk richting Amsterdam stromen. Het Haarlemmermeer, de grootste van de twee, werd daarom halverwege de negentiende eeuw leeggepompt. Het Legmeer bleef nog een kwarteeuw klotsen zoals het eeuwen had gedaan.
Het dorp aan de dam kreeg intussen een nieuw gezicht. In 1873 begon de bouw van een nieuwe katholieke kerk aan de Noorddammerlaan, ontworpen door Pierre Cuypers, de architect die ook het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam tekende. De pastoor had hem gevraagd om ‘de mooiste en grootste kerk van Amstelland’. Het werd een lange bouw: in oktober 1881 waaide de complete torenspits eraf, het geld raakte op, en pas in 1888 was de kerk klaar en in 1889 de toren, ruim 65 meter hoog.

Het Legmeer was toen al verdwenen. Hoe dat ging, vertelt het volgende hoofdstuk.
Bronnen: Amstelveenweb.com; ONH.nl (Jan Maarten Pekelharing); Gemeente Amstelveen (via Planviewer); Wikipedia; Stichting Vrienden van de Bovenkerkse Urbanus.
Wie een meer wil droogmaken, heeft drie dingen nodig: een vergunning, een pomp en heel veel geld. Aan het geld hing het jarenlang. Een Spaanse reiziger die in 1858 door Nederland trok, Alphonse Esquiros, rekende voor dat je voor het droogleggen van dit meer van ‘2400 bunders’, ruwweg 2400 hectare, wel ‘7 à 8 tonnen gouds’ nodig had. Een ton goud was in die tijd een uitdrukking voor honderdduizend gulden. In 1869 lagen bij de Provinciale Staten van Noord-Holland twee verzoeken om subsidie tegelijk op tafel: de heer Rutgers van Rozenburg wilde een deel van de Legmeerplassen droogmaken, en J.H. Muller uit Nieuwer-Amstel de hele plas.
De vergunning kwam in 1873. Bij Koninklijk Besluit van 21 april van dat jaar kreeg ingenieur J.M.W. Wiegel de concessie voor het indijken en droogmaken van het noordelijke deel van de plassen, het deel waar Ringslang 214 in ligt. Wiegel was de zoon van de burgemeester van Nieuwer-Amstel, de gemeente waar Amstelveen en Bovenkerk toen onder vielen. Hij werkte samen met Jan Christiaan van Hattum, een baggeraar uit Sliedrecht die het karwei technisch mogelijk maakte en die later fortuin zou maken bij de aanleg van het Panamakanaal. De geldschieters benoemden Van Hattum tot directeur van de maatschappij die beide Legmeerpolders droog moest leggen.
Het geld bleef het probleem. In het voorjaar van 1874 meldde Het nieuws van den dag dat op de droogmaking ‘vooreerst nog niet veel uitzicht’ bestond: er was een miljoen gulden nodig, en van dat bedrag was nog maar een fractie geplaatst. ‘Kapitalisten schijnen dus weinig vertrouwen te tellen’, schreef de krant, in de zaak zelf of in de mannen die haar leidden. Toch kwam het rond. Het provinciaal verslag over 1875 legde nog vast dat het werk uiterlijk in 1879 begonnen moest zijn, maar zo lang duurde het niet.
Het nieuws van den dag, 1 mei 1874Het benoodigde kapitaal is een millioen, waarmede de maatschappij die de concessie overneemt het werk zou uitvoeren.
In 1876 werd aan de Amstel, bij de Roode Paal, een stoomgemaal gebouwd. Een gemaal is een pomp op grote schaal: het schept het water uit de polder omhoog naar een ringvaart, van waaruit het naar de rivier kan wegstromen. De droogmakers hoefden nauwelijks nieuwe dijken te maken. Ze gebruikten de dijken die er al lagen en versterkten die: de Legmeerdijk aan de westkant, de Noorddammerweg, en aan de zuidkant het herstelde pad tussen De Kwakel en Kudelstaart, dat de plassen in een noordelijk en een zuidelijk deel splitste. Het gemaal begon in 1876 met stampen en puffen, en amper een jaar later viel de Noorder Legmeerpolder droog.

Het ging snel. Al op 1 juni 1877 kondigde de maatschappij in de Opregte Haarlemsche Courant aan dat zij ruim 200 hectare ‘best land’ wilde verkopen in het zuiden van ‘den onlangs drooggemaakten Legmeerpolder’, land dat op dat moment al met koolzaad was ingezaaid. In oktober van dat jaar zaten het polderbestuur van de Bovenkerkerpolder en de directie van de
droogmakerij in Amstelveen bij elkaar om de ringvaart langs de Bovenkerkerweg weer bevaarbaar te maken, ‘eene verbetering voorzeker van groot belang ook voor den nieuwen Legmeerpolder’. Zonder vaarwater kon de oogst het nieuwe land immers niet af.

De nieuwe grond vond gretig aftrek. In 1878 bracht het verkochte land gemiddeld 1800 gulden per hectare op, en tegen het einde van dat jaar was ongeveer de helft van de drooggemaakte grond verkocht. In maart 1880 stond er opnieuw een grote veiling in de krant: ruim 260 hectare ‘puik best land’ in de Legmeerpolder onder Nieuwer-Amstel en Uithoorn, voorzien van waterleidingen, ‘met diverse vruchten bezaaid’. Wie het land wilde bekijken, kon zich melden bij het stoomgemaal bij de Roode Paal. Het is niet bekend wie precies het perceel kocht waarop Ringslang 214 nu staat; dat is een van de open vragen achterin dit boek.
Intussen waren de polderjongens al aan het zuidelijke deel begonnen. Op 22 juni 1880 werd daarvoor een aparte vennootschap opgericht, de Maatschappij tot droogmaking van het zuidelijk deel der Legmeerplassen, gevestigd te Nieuwer-Amstel. In 1882 viel ook de Zuider Legmeerpolder droog.
De oude burgemeester Wiegel, vader van de ingenieur, maakte het einde niet mee. Toen Nieuwer-Amstel in september 1882 zijn nieuwe burgemeester met een feest inhaalde, met erewacht te paard, mastklimmen en een boottocht over de Amstel, herdacht de voorzitter van de feestcommissie hem als de man ‘die, waar hij aan de eene zijde der gemeente haar verrijkte door bij droogmaking der Legmeer-plassen tal van hectaren water in vruchtbaar bouwland te herscheppen’, aan de andere kant het gevaar zag naderen dat de gemeente een belangrijk deel van haar grondgebied aan Amsterdam zou verliezen. Bovenkerk en de nieuwe polder bleven bij Nieuwer-Amstel, dat later Amstelveen ging heten.
Wat er van het meer overbleef? Eigenlijk niets. De droogmakers pakten het zo grondig aan dat het Legmeer letterlijk van de kaart werd geveegd. Het leeft nog voort in een straatnaambordje, in de naam van een bedrijventerrein en een woonwijk in Uithoorn, en in de Legmeerdijk die vroeger de westoever was. En het leeft voort in de grond zelf: de bodem van een droogmakerij is klei, en die ligt een stuk lager dan het oude veenland eromheen. Wie vanaf de Legmeerdijk de buurt van Ringslang 214 in loopt, loopt nog altijd de oude meerbodem af.
Bronnen: ONH.nl (Jan Maarten Pekelharing); Opregte Haarlemsche Courant, 4 november 1869, 6 juli 1876, 1 juni 1877 en 2 juli 1879; Gemeente Amstelveen (via Planviewer); Het nieuws van den dag : kleine courant, 1 mei 1874, 26 maart 1880 en 28 september 1882; De Standaard, 22 oktober 1877; Nederlandsche staatscourant, 30 september 1884.
Een droogmakerij is een ontworpen landschap. Zodra het water weg was, werd de Noorder Legmeerpolder op de tekentafel ingedeeld: rechte sloten die het water zo snel mogelijk naar het gemaal brachten, rechte wegen daar haaks op, en lange, smalle kavels ertussen die zoveel mogelijk aansloten bij de verkaveling van het oude land eromheen. Omdat de bodem uit klei bestond, was het land geschikt voor akkerbouw. Daarvoor werd het grondwater extra laag gehouden. Koeien zag je in de Legmeerpolder dan ook bijna niet; het was een polder van ploegen en zaaien. Op het kaartblad van rond 1900 in dit boek is de plek van het huis een van die lange smalle akkers, met aan de zuidkant een boerderij die de kaart de Martha Hoeve noemt.
De mensen rond het oude meer moesten intussen omschakelen. Wie van de visserij had geleefd, had na de droogmaking geen water meer om in te vissen, en in Aalsmeer stapte de bevolking massaal over van de palingvisserij naar het kweken van fruit, planten en bomen. De nieuwe grond bleek daar uitstekend geschikt voor. In de eerste helft van de twintigste eeuw werd ook de bodem van de Legmeerpolder geschikt gemaakt voor tuinbouw, en door het succes van de bloementeelt raakten grote delen van de polder in de loop van die eeuw bebouwd met kassen voor sierbloemen.
In 1912 werd de Haarlemmermeer, zoals een krant het uitdrukte, ‘uit haar isolement’ verlost: de eerste lijnen van een heel netwerk van lokaalspoorwegen door het gebied tussen Amsterdam, Haarlem en Leiden gingen open. Een lokaalspoorweg was een eenvoudige, enkelsporige spoorlijn met
kleine stationnetjes, bedoeld om dorpen en tuinbouwgebieden aan de grote steden te koppelen. Een van die lijnen liep van Amsterdam over Amstelveen naar Uithoorn en Alphen, met bij Bovenkerk een aftakking naar Aalsmeer. De lijn Amsterdam-Aalsmeer werd op 1 mei 1915 geopend. De krant De Amsterdammer somde de haltes op: Amsterdam Willemspark, Koenenkade, Kalfjeslaan, Amstelveen, Bovenkerk, Legmeerpolder, Kanaalweg, Schinkeldijk, Kerkweg en Oosteinde.

Die stopplaats Schinkeldijk is voor dit huis de belangrijkste. Hij lag ten westen van Bovenkerk, bij de Kleine Poel, en was genoemd naar de dijk van de Schinkelpolder aan de overkant van de Legmeerdijk. Op het kaartblad van rond 1925 staat de naam ‘Halte Schinkeldijk’ pal naast de plek waar nu Ringslang 214 staat: de spoorlijn kwam vanaf het station aan de Noorddammerlaan in een wijde bocht om het dorp heen en liep vlak langs de akkers hier. Van 1915 tot in de jaren vijftig reden er dus treinen langs de plek waar je nu een straat vol voordeuren ziet, en daarna bleef de verlaten spoordijk hier nog een halve eeuw liggen, tot de bouw van Bovenkerk-Zuid.
Groot is de halte nooit geworden. In december 1923 meldde De Amsterdammer dat de afsluiting en bewaking van de spoorwegovergang ‘nabij de halte Schinkeldijk’ werden opgeheven; de spoorbomen daar hoefden blijkbaar niet meer bemand te worden. Een half jaar later klaagde de Nieuwe Haarlemsche courant over woonwagens die, hoewel ze een eigen standplaats aan de Ouderkerkerlaan hadden, ‘herhaaldelijk’ werden aangetroffen aan de Legmeerdijk bij de halte Schinkeldijk, tot last van de omwonenden:
de grote was hing er te drogen voor andermans ramen. Het is een van de weinige keren dat de plek van het huis met naam en toenaam in de krant komt.

Bovenkerk werd in die jaren langzaam een dorp met straten in plaats van een lint langs de dijk. In 1922 begon de bouw van het Sint Urbanuspark langs de Noorddammerweg, en in juni 1928 ging de Noorddammerlaan op de schop om te worden geasfalteerd; tegelijk werd ‘de Luwte’ aangepakt tot aan de gemeentegrens. De Luwte was toen de naam van de weg die nu Legmeerdijk heet. Op 15 mei 1933 werd de stopplaats Schinkeldijk gesloten. De trein reed er nog wel langs, maar stopte niet meer.
In de oorlogsjaren werd het land bij het dorp nog op een andere manier gebruikt. In maart 1941 berichtte Het Volk dat in Bovenkerk pogingen werden gedaan om grond te huren ‘om te worden uitgegeven voor volkstuintjes’, omdat de gemeentelijke volkstuinen voor de mensen uit het buurtschap te ver weg lagen. Voedsel verbouwen op eigen grond werd in die jaren voor veel gezinnen een noodzaak.
De autobus won. Op 3 september 1950 werd het reizigersvervoer op de lijn naar Aalsmeer gestaakt, en in 1953 werd het spoor tussen Aalsmeer-Oost en Bovenkerk opgebroken. De foto uit februari 1950 in dit boek, van een
stoomlocomotief langs het perron van halte Bovenkerk, is dus uit het laatste jaar met reizigers. Rechts op de foto staat de wachterswoning met het nummer 31 aan de Noorddammerlaan, gebouwd in 1913 en tegenwoordig gemeentelijk monument, met de naam Bovenkerk in een tegeltableau op de gevel. Het stuk naar Uithoorn bleef tot 1972 in gebruik voor goederen, en sinds 1997 rijdt de museumtram vanuit Amsterdam tot Bovenkerk.
Het tracé naar Aalsmeer bleef nog decennia in het landschap liggen. Wie in 1966 met Het Parool een ‘ommetje bij Amsterdam’ fietste, reed in Bovenkerk langs de kerk, stak de grote weg over en draaide ‘de niet al te beste Legmeerdijk’ op, ‘waar we meteen in het gebied van de kassen zijn’, om even verderop de oude spoorbaan over te steken. Op het kaartblad van rond 1965 zie je precies dat: de plek van het huis ligt net onder de bocht van de oude baan. Twintig jaar later staat op het kaartblad van rond 1985 op dezelfde plek een kwekerij met de naam Ons Verlangen, met ernaast een manege.
Bronnen: Gemeente Amstelveen (via Planviewer); Wikipedia; ONH.nl; De Amsterdammer, 2 augustus 1912, 20 april 1915 en 24 december 1923; Nieuwe Haarlemsche courant, 17 mei 1924; Amstelveenweb.com; De Amstelbode, 9 juni 1928; Het volk : dagblad voor de arbeiderspartij, 8 maart 1941; Het Parool, 24 september 1966.

Amstelveen groeide na de oorlog in hoog tempo naar het zuiden. Bovenkerk kreeg vlak na de oorlog zo’n driehonderd woningen ten zuiden van de Noorddammerlaan, een buurt die in de volksmond ‘Tom Poes Dorp’ ging heten, en in het begin van de jaren zestig nog eens tweehonderd woningen ten oosten van de Luwte, de huidige Legmeerdijk. Vanaf de jaren zeventig verscheen aan de noordkant van de Legmeerpolder het bedrijventerrein Legmeer. Toch bleef Bovenkerk, zoals een dorpshistoricus schreef, ‘altijd een aparte gemeenschap’, met een bloeiend verenigingsleven.
Waar Amstelveen verder mocht groeien, was eind jaren tachtig een echte strijdvraag. In november 1988 noemde minister Nijpels in een brief de Bovenkerkerpolder, het oude weidegebied tussen Bovenkerk en Uithoorn aan de oostkant van de Bovenkerkerweg, als mogelijke bouwlocatie. De provincie wees dat af: die polder was in het streekplan aangewezen als stiltegebied, en Amstelveen had bouwgrond genoeg, want ‘in de Westwijk is plaats voor 4500 woningen’. De gemeenteraad had in 1985 al bepaald dat de Bovenkerkerpolder tot 1995 groen moest blijven, al liepen er binnen de gemeente twee stromingen. De keus viel uiteindelijk op de tuinbouwpolder aan de westkant: de Legmeerpolder.
Voor de kassen en akkers ten zuiden van het dorp lag er al lang een plan in de la. Het heette Westwijk, en het provinciebestuur had er jarenlang geen toestemming voor willen geven, mede omdat de polder pal onder de aanvliegroutes van Schiphol ligt. Dat veranderde toen het Rijk in de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening vastlegde dat er in het noorden van de Randstad 225.000 extra woningen moesten komen. In januari 1989 meldde Het Parool dat burgemeester en wethouders ‘alsnog de zogenoemde Westwijk’ wilden bouwen, een nieuwe wijk ten zuiden van Bovenkerk van 4300 woningen. Alle tekeningen moesten nog worden gemaakt.
Het Parool, 7 januari 1989B. en w. van Amstelveen willen alsnog de zogenoemde Westwijk bouwen: een nieuwe wijk ten zuiden van Bovenkerk, die 4300 woningen moet gaan omvatten.
Het ging niet zonder slag of stoot. Een maand later wilde de provincie de bouw over een langere periode uitsmeren dan de geplande zes jaar, en in september 1989 bleek er ‘nauwelijks belangstelling’ te bestaan voor de premiekoopwoningen in de eerste fase; de gemeente liet daarop de strenge toewijzingsregels los. In november 1989 werd toch de eerste paal geslagen. In 1991 trok Amstelveen een grens: na Westwijk en nog één wijk in het noordoosten zou de gemeente geen nieuwe bouwlocaties meer ontwikkelen, want de groene Bovenkerkerpolder aan de andere kant van de Bovenkerkerweg moest ‘koste wat het kost’ groen blijven. Westwijk, geheel gelegen in de Noorder Legmeerpolder, was daarmee de laatste grote uitbreidingswijk van Amstelveen. Het grootste deel was in de jaren negentig klaar.
Het hoekje tussen de Legmeerdijk, de Noorddammerweg en het Schinkeldijkje, met daarin de oude spoordijk, de kwekerij en de manege, hoorde niet bij Westwijk. Het kwam later aan de beurt, als onderdeel van een grote herstructurering van Bovenkerk zelf, waarbij in het dorp veel oude woningen werden gesloopt. Op maandag 27 februari 2006 gaf de wethouder van ruimtelijke ordening in de bouwkeet aan de Legmeerdijk het officiële startsein voor de bouw van Bovenkerk-Zuid. De manege van de Stichting Ruiterschool Amstelveen, aan de Vierlingsbeeklaan, moest daarvoor na veertig jaar het veld ruimen. De oude spoordijk werd afgegraven; tussen de Vierlingsbeeklaan en het Schinkeldijkje is van de baan naar Aalsmeer niets meer in het landschap te herkennen.
Eerst moest de Beneluxbaan, de brede verkeersweg die vanuit het centrum van Amstelveen naar het zuidwesten loopt, worden doorgetrokken en aangesloten op het Schinkeldijkje. Daarna kon het terrein bouwrijp worden
Steeds dezelfde uitsnede, van oud naar nieuw. Het teken in het midden is de plek van dit huis.



Dezelfde uitsnede, verder in de tijd.


gemaakt: ‘Het gebied is intussen volledig omgewoeld en er heerst grote bedrijvigheid; het is een grote bouwplaats’, liet de gemeente in 2006 weten. In Bovenkerk-Zuid kwamen 180 eengezinswoningen en 145 appartementen, huur en koop door elkaar, met bijna de helft in de huursector. Bewoners van de gesloopte huizen in het dorp kregen voorrang. Volgens de planning zouden de woningen in maart 2008 worden opgeleverd.
Ringslang 214 is een van die 180 eengezinswoningen. Het bouwjaar dat de landelijke registratie van gebouwen en adressen ervoor vastlegt, is 2008, en het pand staat er te boek als woning die in gebruik is. Wie de precieze tekeningen en de naam van de architect wil weten, moet de bouwaanvraag uit 2006 opvragen bij de gemeente; dat staat bij de open vragen. Het huis staat in de buurt die de statistiek nog altijd gewoon ‘Bovenkerk’ noemt, in de wijk Bovenkerk-Westwijk Noord.
De straten van de nieuwe buurt kregen namen van dieren die in het natte land rond Amstelveen thuishoren: watervogels als de fuut, de kuifeend en de waterhoen, een zangvogel van het riet, de rietzanger, een specht, een salamander en een ringslang. Het besluit waarmee de gemeente die namen vaststelde, is voor dit boek niet gevonden; wel is duidelijk dat de ringslang zelf hier geen verzinsel is. Rondom de Amstelveense Poel, op loopafstand van de buurt, leven ringslangen, een wettelijk beschermde soort. Het is een donkergrijze tot olijfgroene slang met een gele of witte ring achter de kop, volkomen ongevaarlijk voor mensen, maar een geduchte jager op kikkers, padden, salamanders en vissen. Met een lengte tot 1,20 meter is het de grootste slang van Nederland, en een goede zwemmer.
Zo sluit de cirkel zich een beetje. De plek waar eeuwenlang vissers, veenbaggeraars en later tuinders hun brood verdienden, waar een trein stopte en paarden rondjes liepen, heet nu naar een dier dat het liefst langs stille
oevers glijdt. Wie vanaf de Ringslang naar de Legmeerdijk loopt en daar omkijkt, ziet een rij daken uit 2008. Maar de dijk waarop je staat, is nog altijd de oever van het verdwenen meer.
Bronnen: Amstelveenweb.com; Wikipedia; Het Parool, 5 berichten (1988–1991); Kadaster / PDOK; PDOK / Kadaster; mijn Amstelveen (bron: Landschap Noord-Holland); ONH.nl.
Een huisbiografie uit open bronnen loopt op een gegeven moment tegen de grenzen van die bronnen aan. Hieronder staat wat dit boek graag had willen weten, en waar het antwoord vermoedelijk ligt.
Wie kocht het perceel na de droogmaking? De kranten leggen vast dat de maatschappij in 1877 en 1880 grote stukken land in de Legmeerpolder veilde en dat het land in 1878 gemiddeld 1800 gulden per hectare opbracht, maar niet wie de kavel kocht waarop Ringslang 214 staat. De kadastrale leggers en de notariële akten uit die tijd kunnen dat beantwoorden.
Hoe zag stopplaats Schinkeldijk eruit, en waar lag het perron precies? De opening in 1915 en de sluiting in 1933 staan vast, en het kaartblad van rond 1925 zet de naam naast de plek van het huis. Een foto of een tekening van de halte is niet gevonden. Het archief van de Nederlandse Spoorwegen bij Het Utrechts Archief, de website Stationsweb en de fotocollectie van het Gemeentearchief Amstelveen zijn de plekken om verder te zoeken.
Wat was de Martha Hoeve, en wat was de kwekerij Ons Verlangen? Beide namen staan op de kaartbladen, van rond 1900 en rond 1985, maar in de doorzochte kranten komen ze niet voor. Adresboeken en de bouwvergunningen van de gemeente Nieuwer-Amstel en Amstelveen kunnen vertellen wie er boerde en kweekte en wanneer de kassen kwamen en gingen.
Hoe ging het met de manege? Bekend is dat de manege van de Stichting Ruiterschool Amstelveen aan de Vierlingsbeeklaan in 2006 na veertig jaar moest wijken. Wanneer precies hij werd geopend, hoe hij eruitzag en waar de paarden heen gingen, is niet gevonden. Het Amstelveens Nieuwsblad uit de jaren zestig tot 2006, dat niet in Delpher zit, en de stichting zelf zijn de aangewezen richting.
Wanneer en waarom kregen de straten van Bovenkerk-Zuid hun dierennamen? Het raadsbesluit of collegebesluit over de straatnaamgeving, ergens tussen 2005 en 2008, ligt bij de gemeente Amstelveen. Daar staat waarschijnlijk ook of de namen bewust verwijzen naar de dieren van de Poel en de Legmeerpolder.
Wie ontwierp en bouwde het huis? De landelijke gebouwenregistratie geeft alleen het bouwjaar 2008; de bouw van Bovenkerk-Zuid begon in februari 2006. In het bouwarchief van de gemeente Amstelveen zit de bouwvergunning uit die tijd, met de tekeningen en de oorspronkelijke indeling van Ringslang 214.
Bronnen: Het nieuws van den dag : kleine courant, 26 maart 1880; Opregte Haarlemsche Courant, 1 juni 1877 en 2 juli 1879; De Amsterdammer, 20 april 1915; Wikipedia; Amstelveenweb.com; PDOK / Kadaster; Kadaster / PDOK.
Dit huis in Amstelveen werd gebouwd in 2008. Wat er in de registers over vastligt, past op deze bladzijde. Al het andere staat op de volgende.
119m²Woonoppervlakvolgens de BAG
2008Bouwjaarvan het pand, niet van de woning
-3,64mBoven NAPde hoogte van het maaiveld
158Adressen in de straat
O9999Kadastraal perceel135 m² grond onder het hele pand
2Adressen onder één dak
Basisregistratie Adressen en Gebouwen, Kadaster via PDOK en het Actueel Hoogtebestand Nederland.
32Woonoppervlak en perceel staan vlak onder elkaar, maar ze meten niet hetzelfde. De 119 vierkante meter is de vloer binnen de muren van deze woning. De 135 vierkante meter van perceel O 9999 is de grond eronder, en die grond hoort bij het pand als geheel.
Het bouwjaar is minder precies dan het lijkt: er hoort geen maand bij en geen dag, alleen 2008. In welk seizoen de eerste bewoners hun sleutel kregen, is dus nergens vastgelegd.
Over het licht valt wél alles uit te rekenen. Op 21 juni komt de zon hier rond tien voor half zes op en gaat rond vijf over tien ’s avonds onder, en staat hij ’s middags 61 graden boven de horizon. Op 21 december duurt de dag nog geen acht uur en komt de zon niet verder dan 14 graden: ruim negen uur licht verschil, op hetzelfde adres.

Gemeten in Schiphol, 4,1 km hiervandaan, van 2008 tot 2025. Het weer aan de gevel wijkt daar iets van af; de uiterste dagen en seizoenen niet veel.
2009/2010Strengste wintergemiddeld 1,4 °C van december tot februari in Schiphol; 16 dagen bleef het de hele dag vriezen, op 8 januari 2010 tot −13,8 °C.
2025Heetste zomergemiddeld 19,0 °C van juni tot augustus in Schiphol; 8 tropische dagen, de heetste op 1 juli 2025: 35,8 °C.
augustus2010Natste maand197 mm regen in Schiphol, op 16 dagen minstens een millimeter.
4februari 2012Koudste nacht−18,8 °C in Schiphol.
26juli 2019Warmste dag36,4 °C in Schiphol.
8september 2017Natste dag67 mm in Schiphol.
KNMI, dagwaarden station Schiphol (240), van 2008 tot 2025. Niet-gehomogeniseerde reeks; vrij te gebruiken met bronvermelding.
34Alles in dit boek komt uit bronnen die voor iedereen openstaan. Elk krantenbericht is terug te vinden via het webadres erachter; de registers en kaarten zijn opgehaald op het moment dat dit boek werd gemaakt.
Dit boek is geschreven uit open bronnen: de krantenbank Delpher van de Koninklijke Bibliotheek, de Basisregistratie Adressen en Gebouwen van het Kadaster, historische kaartbladen van het Kadaster, en webpagina's van Amstelveenweb, Oneindig Noord-Holland, de gemeente Amstelveen en Wikipedia.
Elke alinea over deze plek of deze mensen draagt de bronnen waar de informatie uit komt. Letterlijke aanhalingen staan tussen aanhalingstekens en zijn in het boek leesbaar gemaakt; in de bronnenlijst staan ze zoals ze in de bron staan, met de fouten van de tekstherkenning erbij.
Over wie er nu woont, staat in dit boek niets. Namen van personen zijn alleen genoemd waar zij een publieke rol speelden of zelf in de openbaarheid traden, en niet voor de tijd na 1980.
De foto's komen uit het Stadsarchief Amsterdam en Het Utrechts Archief via Wikimedia Commons, de krantenknipsels uit Delpher. De pentekening is een decoratieve illustratie, geen reconstructie van een echte gebeurtenis.
Gemaakt voorRingslang 214, Amstelveen
OplageEén exemplaar
FormaatHardcover, A5 (148 × 210 mm)
LettersFraunces, Newsreader en IBM Plex Mono
UitgeverHuisbiografie · huisbiografie.nl
Samengesteld op 27 september 2026. Gemaakt uit bronnen die voor iedereen openstaan: registers, kaarten, kranten en bekendmakingen. Elke vondst is eerst apart bewaard en daarna pas in het verhaal gezet; een getekend beeld staat altijd als illustratie aangegeven. De credits van kaarten en beelden staan bij het beeld en in het bronnenoverzicht.
Namen staan er alleen waar iemand ze zelf openbaar liet maken — een zaak die adverteert, een bekendmaking van de gemeente. Familieberichten, registers, kinderen en slachtoffers blijven eruit, en over wie er nu woont staat er niets.
40Geef het cadeau: een boek over het huis van je ouders, een vriend of de buren.
Scan de code, of ga naar huisbiografie.nl
41